Levende landschapsarchitecten en drones in het Maldegemveld
Sinds 2020 werkt het team Landschapsecologie en Natuurbeheer van het INBO (Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek) met moderne technologie om de geheimen van natuurlijke processen te ontrafelen. Het betreft een langlopende monitoring van verschillende gebieden in Vlaanderen: drie heidegebieden (waaronder het Maldegemveld), vier voedselrijke natuurgebieden, twee kustduingebieden, een schorrengebied en twee gebieden langs de Grensmaas.
De strijd voor een open landschap Heidegebieden zoals het Maldegemveld zijn cruciale hotspots voor biodiversiteit, maar ze staan onder druk. Zonder ingrijpen verandert de open heide onvermijdelijk in een gesloten bos. Bovendien werkt de neerslag van stikstof uit de lucht als een onzichtbare meststof, waardoor robuuste en productieve grassen zoals pijpenstrootje alles overwoekeren en zeldzame, minder concurrentiekrachtige planten verstikken. Om dit proces te stoppen, zijn actieve verstoringen nodig die de ‘biologische klok’ telkens terugzetten.
Galloways als ecosysteemingenieurs
In plaats van machines zet Natuurpunt in het Maldegemveld grote grazers in: Gallowayrunderen. Dit oud en van nature hoornloos ras kent zijn oorsprong in de provincie Galloway in het zuidwesten van Schotland. Het zijn dus robuuste Schotten die meer zijn dan alleen grazers; het zijn echte ecosysteemingenieurs. Door hun specifieke manier van eten (ze hebben geen boventanden en trekken vooral lange grassen met hun tong naar binnen) houden ze de dominante grassen in toom.
Maar hun impact gaat verder dan eten alleen. Door hun zware gewicht trappen ze de dichte moslaag kapot, waardoor er plekken met open bodem ontstaan. Deze ‘chaotische rommeligheid’ is essentieel voor insecten die van warmte houden en voor de kieming van lichtminnende planten. In het Maldegemveld grazen ongeveer twintig Galloways, verspreid over verschillende rasters rond het Spiegelaereven, de Drongengoedweg en de Langedreef, van augustus tot november. Specifiek worden de grazers ingezet in twee grote rasters met elk een tiental individuen. Enkel indien het niet te droog is en er dus voldoende drinkwater aanwezig is, worden ze ook in een klein raster gezet met drie tot vier grazers. Van de twee grote rasters bevindt zich één rond het Spiegelaereven en één langs de Drongengoedweg, het kleine raster bevindt zich langs de Langedreef.
Hightech in de heide: drones en GPS
Om te begrijpen hoe deze dieren het landschap precies beïnvloeden, gebruikt INBO geavanceerde technologie: enerzijds 3D-kaarten met drones en anderzijds GPS-halsbanden. Bij de 3D-kaarten wordt met behulp van fotogrammetrie dronefoto’s gemaakt waarbij elke pixel ook een hoogtemeting bevat. Zo wordt een driedimensionaal model van de vegetatie gecreëerd. Door de hoge resolutie kunnen we zelfs dierenpaadjes en individuele plantenpollen onderscheiden. Samen met bestaande beelden van Informatie Vlaanderen, die een maat geven voor de dichtheid van de begroeiing, zijn we in staat om de structuurvariatie van het hele gebied in beeld te brengen. Daarnaast zal het gebied ook nauwkeurig gekarteerd worden door het onderscheiden van de verschillende biotopen en door detailkartering van ecologisch waardevolle plantensoorten.
Omdat grazers niet overal even intensief grazen, dragen enkele runderen een GPS-halsband. Die meet elke dertig minuten hun exacte positie. Zo worden favoriete plekken ontdekt en kan de werkelijke graasdruk gekoppeld worden aan de veranderingen in de vegetatiestructuur. Deze halsbanden zijn speciaal ontworpen voor grote grazers, zijn uiterst licht en bezorgen de dieren absoluut geen last. De omgekeerde bladblazer De variatie in structuur die de runderen creëren, is de sleutel tot een rijke biodiversiteit. Om dit te bewijzen, doet het INBO gerichte steekproeven naar ongewervelden zoals wantsen, cicaden, mieren, slakken, vliegen, sprinkhanen, enzovoort. Hiervoor gebruiken ze een opvallend instrument: een omgekeerde bladblazer die de insecten voorzichtig opzuigt uit verschillende soorten begroeiing.
Enkele runderen dragen een GPS-halsband die elke dertig minuten hun positie meet (foto: Bart Christiaens)
Op zogenaamde ‘heatmaps’ op basis van de signalen van de GPS-halsband zien de onderzoekers waar een dier zich het vaakst ophoudt (bron: Bart Christiaens)
Naar een natuurlijker beheer
Door de gegevens van de drones, de GPS-halsbanden en de insectentellingen te combineren, hoopt het INBO te leren hoe grote natuurgebieden optimaal beheerd kunnen worden. Het doel is een verschuiving van strikt mechanisch beheer naar klimaatrobuuste, procesgestuurde natuur waar de grazers het zware werk doen en waar de biodiversiteit behouden blijft en zelfs verhoogt.
Via dronebeelden krijgen de onderzoekers een beeld van het gedrag van de runderen en de gevolgen voor de natuur (foto: Marijke Thoonen)
Ook andere grazers passeren
Door verschillende begrazingsvormen en soorten grazers te combineren, ontstaat de variatie in vegetatiestructuur die zo belangrijk is voor de biodiversiteit. Verschillende soorten grazers gebruiken en beïnvloeden een gebied immers op een andere manier. Ze grazen niet overal even intensief en kiezen zelf de meest aantrekkelijke, bereikbare, veilige of voedzame plekken. Daarom wordt in het Maldegemveld, buiten het begrazingsproject met Gallowayrunderen, ook nog aan stootbegrazing gedaan. Een tachtigtal schapen en enkele geiten grazen daarbij een korte tijd heel intensief op één specifieke plek. De kudde wordt vervolgens verplaatst naar de volgende locatie doordat het verplaatsbare raster waarbinnen ze graasden, opgebouwd wordt op een nieuwe plek.
Jobbe Vermandere (vrijwilliger bij Natuurpunt Meetjeslandse Cuesta en laatstejaars biologiestudent die zijn thesis in samenwerking met het INBO maakt en de data van dit project analyseert)
Met dank aan Marijke Thoonen, Andy Van Kerckvoorde en Bart Christiaens van het INBO
Volg dit onderzoek op https://sites.google.com/inbo.be/procesbeheer






