<< Monnikenwerk in Burkel >>

Dirk Develter

Vrijwilliger bij Natuurpunt Meetjeslandse Cuesta

Tussen het Drongengoed en Oedelem liggen enkele minder bekende bosgebiedjes en open stukken natuur. Samen vormen ze het natuurgebied Burkel in Maldegem. Dirk Develter beheert er samen met enkele andere Natuurpuntvrijwilligers verschillende natuurgebiedjes. Hij neemt ons mee langs een verrassende wandellus van 12 kilometer langs bossen, veldwegen en beken.

Water en klei

Niet ver voorbij ons startpunt aan de Aalterbaan stappen we net voorbij een privaat bosje over de Splenterbeek. Dat is een belangrijke waterloop, die samen met vier andere beken ontspringt op de cuesta Zomergem-Oedelem. “De cuesta?”, vragen we. “Dat is de langgerekte kleirug die 50 miljoen jaar geleden ontstond en waar Burkel en het Drongengoed op liggen. Op sommige plaatsen is deze kleirug tot bijna 30 meter hoger dan het omliggende landschap. Deze bodemomstandigheden zijn bepalend voor het huidige landschap.” Dirk vertelt ons dat grote delen van Burkel van oudsher niet geschikt waren voor landbouw door de ondiepe kleilaag met de daarop gelegen zure, voedselarme zandgrond. “Tijdens de middeleeuwen probeerden monniken vanuit de hoeves Papinglo en Groot Burkelhof het gebied te ontginnen, maar de zware kleigrond bewerken ging moeizaam met de toen beschikbare technieken. De naam Kleit verwijst trouwens naar die klei, want daar in het dorp komt de kleilaag aan de oppervlakte.”

Stugge natuur

In de 18de eeuw ging men zich richten op bosbouw. “Voor het gemak legde men een netwerk van wegen in een dambordpatroon aan. Die loodrecht op elkaar liggende dreven vinden we nog steeds in Burkel en het Drongengoed.” Pas in de 19de eeuw waren moderne landbouwmachines in staat om de lastige grond te bewerken, maar gelukkig werd niet het volledige gebied ontgonnen. Door de eeuwen heen ontstond op die manier een lappendeken van schrale graslanden en vochtige bossen, de perfecte omstandigheden voor unieke natuurwaarden.

Iets verder op onze tocht ligt het natuurgebiedje de Lange Swiss, waar de Vijverbeek door loopt. “Hier, net als in het Kallekesbos verderop, vind je in het voorjaar bijzondere planten. Echte blikvangers zijn de witgele tapijten van bosanemoon, sleutelbloem en dotterbloem. Typisch voor de Lange Swiss zijn de essen. Die werden hier eeuwenlang gekapt als hakhout, maar omdat de meeste ziek zijn vervangen we ze geleidelijk door olm en haagbeuk.” We vragen ons af waarom het gebied genoemd is naar een lange, smalle geglazuurde koffiekoek. “Wie met een bosmaaier in de ene hand en een voorraad brandstof in de andere hand dit smalle bosje al eens heen en terug heeft gestapt, zal volledig akkoord zijn met de naam die we aan de Lange Swiss gaven,” zegt Dirk veelbetekenend.

Vrijwillige monniken

We hebben het tijdens onze lappendekenwandeling langs beken, weilanden en stukjes bos over het beheer van een natuurgebied en wat daar allemaal bij komt kijken. “Als vrijwilliger draag je een grote verantwoordelijkheid. Bij de aankoop van een natuurgebied is het de lokale afdeling die mee instaat voor de financiën. Meestal ontvangt Natuurpunt subsidies voor een aankoop, maar er is ook een niet gesubsidieerd deel restfinanciering dat we via giften, sponsoring en acties bij elkaar moeten sparen. Dat gaat al gauw over duizenden euro’s per aankoop.” Voor elk gebied moet ook een beheerplan opgesteld en opgevolgd worden, dat door de overheid goedgekeurd is. “Daarin is vastgelegd met welke ingrepen we de natuur in het gebied moeten beschermen, maar ook bijvoorbeeld waar de wandelpaden komen. We zorgen dus ook voor het onderhoud van de paden. Daarnaast onderzoeken we de natuurwaarden in onze gebieden om de toestand van de biodiversiteit te kunnen volgen. Kortom: een natuurgebied beheren is een echt monnikenwerk,” knipoogt Dirk.

En dan had Dirk nog niet verteld dat hij ook voorzitter is van Natuurpunt Meetjeslandse Cuesta. Hoe hij het doet? “Er komt als voorzitter veel op mij af en ik ben elke dag met Natuurpunt bezig, maar we dragen dit als afdeling met een brede vrijwilligersploeg. Er zijn mensen die activiteiten organiseren, anderen zorgen voor het onderhoud van onze gebieden en nog anderen beheren de financiën en ons ledenblad. Er is zeker nog plaats voor uitbreiding, want we willen graag veel meer doen. Dus nieuwe vrijwilligers zijn zeker welkom. Al onze vrijwilligers werken trouwens onbezoldigd. Iedereen kiest zelf hoeveel tijd hij of zij in de vereniging steekt.”

Leve dood hout!

Intussen komen we aan bij het Kallekesbos tegen de West-Vlaamse grens. In een deel van het bos valt de rabat op: een beboste verhoging tussen afwateringsbeken, net als in Het Leen en het Drongengoed. “Dit is een restant van de bosbouw in de 18de eeuw. Met deze techniek kon men in moerassige stukken bomen planten.” We zien veel dood hout in het bos. “Dode bomen laten we bewust liggen of staan, omdat het de perfecte broedgelegenheid vormt voor de vijf spechtensoorten en boomklevers die hier voorkomen. Ook voor insecten en zwammen is dit een bron van leven.”

Het is tijd om terug te keren. We nemen de lus langs de andere kant van het Kallekesbos en gaan richting  het Torrebos, waar we onze wandeling eindigen. Dit stuk staat bekend om zijn paddenstoelen die in de herfst uit de grond ploppen, terwijl eekhoorns ijverig een wintervoorraad bijeen scharrelen. Het Torrebos is voor Dirk bijzonder omdat dit het eerste natuurgebied in Burkel was: het wordt sinds 1998 door Natuurpunt beheerd. Terloops wijst hij ons op salomonszegel en valse salie, soorten die aantonen dat het een oud eiken-berkenbos betreft.

Bebossen

“Ten tijde van de monniken was het landschap hier veel minder bosrijk, een echt wastinelandschap. Toen kon je van hieruit wellicht de torens van Brugge zien staan,” wijst Dirk. De naam Halledreef en Lievevrouwdreef ten noorden van het Torrebos verwijzen ernaar. Nu we toch een stukje de geschiedenis induiken, vraag ik aan Dirk vanwaar de naam Burkel afkomstig is. “Het is een verwijzing naar ‘berkenbos’. Vroeger werden berkentwijgen of ‘rijs’ gebruikt om bezems van te maken. Kleit stond eeuwenlang bekend als het dorp van de bezembinders. Rond de poel in het Torrebos staan nog veel berken.”

Het valt ons op dat de gebiedjes in Burkel als groene ‘stapstenen’ de voorbije jaren ferm konden groeien. “Als ik kijk naar wat we de voorbije jaren konden verwezenlijken aan bescherming van stukken natuur door nieuwe aankopen en aan bosuitbreiding door nieuwe aanplantingen, dan ben ik best tevreden. Intussen proberen we ook in de Vossenholse Meersen, die ten noorden van Burkel liggen, de natuurwaarden van weleer en de zo typerende knotwilgrijen in ere te herstellen. Dat doen we samen met lokale landbouwers.”

Ben je geïnteresseerd in het verhaal van de cuesta, bekijk dan zeker ook www.rlml.be/projecten/woeste-hoogten.

Is vrijwilliger worden bij Natuurpunt Meetjeslandse Cuesta iets voor jou?

Contacteer ons en dan bekijken we samen wat de mogelijkheden zijn.