<< Via onze tuinen kunnen we de natuur een enorme boost geven >>

Geert Naessens

Natuurliefhebber, tuinier, weerman, lid van de Planten- en Insectenwerkgroep Natuurpunt Meetjesland

“Een paar jaar geleden zijn wij met ons gezin gestart met padden over te zetten in het vroege voorjaar. We zagen dat veel padden in onze buurt na hun winterslaap de straat overstaken, want in alle richtingen zijn er beken en poelen waar ze naartoe trekken. Omdat ze riskeren doodgereden te worden, begonnen we de padden te tellen en over te zetten.”

“Dat is dan opgepikt door Natuurpunt en nu is er een whatsappgroep met iedereen die meewerkt aan de paddenoverzet in de buurt. Doordat ik weerman ben, kan ik goed inschatten wanneer de pieken eraan komen: de padden trekken vooral als het regenachtig en warm is. Ik verwittig dan alle leden van de groep dat er die avond actie nodig zal zijn. Sommigen zeggen dan: “Ik had gepland om morgenavond te komen”, maar zo werkt het niet, want wij moeten ons schikken naar het ritme van de padden. Omdat wij zo dichtbij wonen en er ook wel tijd voor willen maken, gaan wij soms drie of vier avonden per week padden overzetten. Vorig jaar was een topjaar en hebben we met de hele groep ongeveer 2.000 padden de straat over geholpen.

In de paddentrek laat de klimaatverandering zich goed voelen: terwijl de diertjes vroeger vanaf februari naar beken en poelen trokken om zich voort te planten, komen ze de laatste jaren soms al in zachte november- of decembermaanden in actie. Als het koud wordt, valt de trek weer stil en dan herbegint het in het voorjaar. De overzetactie is daardoor over een langere periode gespreid. We zien ook dat padden nu soms midden in de nacht trekken, terwijl ze er vroeger rond 9 tot 10 uur ’s avonds mee ophielden. Om de natuur te beschermen, moet je weten hoe ze werkt. Veel mensen hebben wel een hart voor de natuur, maar zijn jammer genoeg onvoldoende geïnformeerd. Daardoor doen ze soms meer kwaad dan goed, bijvoorbeeld bij de  bestrijding van de Aziatische hoornaar. Hoornaarvallen zijn populair, maar om ze goed te gebruiken, moet je ze regelmatig inspecteren en heb je heel wat kennis nodig: je moet hoornaars herkennen, je moet weten hoe ze leven, welke lokstof te gebruiken,… Dus “zoek het op” is mijn credo. Dat doe ik zelf ook. Als ik in de tuin een insect vind dat ik niet ken, ga ik niet slapen voordat ik weet wat het is…

Met het gezin zijn we ook actief geweest als bermmeester: we ruimden tijdens onze wandelingen het afval op in de bermen, in samenspraak met het gemeentebestuur. Ook bij het beheer van het Keigatbos, dat grenst aan onze tuin, helpen we soms mee. Toch beschouw ik mezelf niet zozeer als een vrijwilliger, ik ben vooral een natuurliefhebber. Mijn interesse is heel ruim: ik ben lid van de planten- en insectenwerkgroep van Natuurpunt in het Meetjesland en van de Strandwerkgroep aan de kust. Ik heb zopas een mossencursus gevolgd, ik bestudeer ook paddenstoelen en vleermuizen, en ik doe ook wel eens aan natuurfotografie. Ik vertoef urenlang samen met mijn vrouw Alexandra in onze tuin of ergens verder weg in de natuur. Terwijl zij op een meer holistische manier van de rust en de natuur geniet, ben ik iemand die wil weten, inventariseren en begrijpen. En ik ben gedreven om van daaruit ook anderen te inspireren om de natuur te beschermen.

Daarom geef ik in mijn weerpraatjes op Radio 2, op mijn website en mijn YouTube-kanaal veel weetjes mee over de natuur, het weer, het klimaat, en over wat je in je eigen tuin kunt doen voor de biodiversiteit. Samen met onze zoon Kjell heb ik vorig jaar een lezing gegeven “Wie zoekt, die vindt”, over de enorme natuurrijkdom die je in tuinen kunt vinden. We hebben thuis een grote tuin waar alle planten welkom zijn. Soms planten we bewust bepaalde planten aan om specifieke soorten vlinders of andere insecten aan te trekken. Maar ook de planten die vanzelf in de tuin verschijnen, trekken gigantisch veel beestjes aan, en ze bloeien vaak heel mooi. Wist je dat de brandnetel de waardplant is voor honderden insecten? Dus laat alles maar groeien en bloeien. Je zult af en toe moeten snoeien, maar je kunt voor een immense rijkdom zorgen. Als iedereen met een eigen tuin, al is het op een paar vierkante meter, natuurlijke inheemse planten zou laten groeien, dan zouden we de natuur een ongelooflijke boost geven! En daar ben ik weer: we moeten de natuur goed kennen om haar te beschermen. Educatie is zo belangrijk. En daar draag ik graag mijn steentje toe bij.”

Kjell (21), de zoon van Geert, kreeg de liefde voor de natuur met de paplepel mee. Kjell: “Als kind vond ik het fijn om allerlei constructies te bouwen in de tuin. Het is pas de laatste jaren dat ik ook ben begonnen om planten en dieren in de tuin te observeren en de gegevens daarover bij te houden, en het is fijn om dat samen met mijn vader te doen. Zo bestuderen we bijvoorbeeld nachtvlinders. We hebben zelf vallen gemaakt die we bij mooi weer ’s avonds in de tuin zetten. Met behulp van de app Obsidentify achterhalen we dan ’s ochtends welke in de vallen zitten. De app is de laatste jaren veel verbeterd, maar we gebruiken ook nog boeken om meer info te vinden. We geven zelf onze vondsten in databases in, en het is leuk om te zien dat anderen daar dan gebruik van maken.

Een paar jaar geleden ging de 1000-soortendag van het Meetjesland in onze regio en ook onze tuin door, omdat het zo’n interessante plek is. Sinds we zijn begonnen met inventariseren, hebben we er al 2.042 soorten gevonden. Ook op reis gaan mijn vader en ik graag op zoek naar planten en dieren. Momenteel verblijf ik voor mijn studie in Turijn, en ook hier ga ik op ontdekking in de parken aan de rand van de stad. Door mijn waarnemingen door te geven, ben ik in de top 10 van de City Nature Challenge geraakt. Ik mag daar blijkbaar zelfs een prijs voor gaan ophalen…”

Karolien Bracke, mei 2026