<< Uilen observeer je voorzichtig >>

Johan De Wispelaere

Vrijwilliger bij Vogelwerkgroep Noord-Oost-Vlaanderen en Steenuilenwerkgroep Meetjesland

Net buiten het dorp van Bentille woont Johan De Wispelaere. Hij heeft een bijzondere interesse in uilen en heel wat van zijn vrije tijd wordt erdoor in beslag genomen. Daarvoor heeft hij een ‘mancave’ op de schuurzolder, maar de meeste mannen zouden wellicht raar opkijken van de inrichting. In deze hobbyruimte vind je onder meer materiaal om uilennestkasten in elkaar te timmeren, braakballen te pluizen en verder te onderzoeken.

Spreker op school

Ik vraag mij af hoe uilen het leven van Johan binnenvlogen. “Ik was als kind al geïnteresseerd in de natuur en in vogels. Zo herinner ik me bijvoorbeeld dat Paul Schollaert op het college [het huidige College Ten Doorn – nvdr] kwam vertellen over zijn werk als vogelringer. Vogelringers zijn vrijwilligers die na een intensieve opleiding een ‘ringbrevet’ ontvangen. Zij hebben toestemming om, onder strikte voorwaarden, vogels te vangen, te voorzien van een pootring en meteen weer vrij te laten. Dit gebeurt in het kader van wetenschappelijk onderzoek naar het gedrag en de levenswijze van onze wilde vogels. Elke geringde vogel heeft een uniek ringnummer, waardoor ze ook in verre landen geïdentificeerd kunnen worden.”

Terug naar de roots

“Nadat mijn ouders overleden waren, bouwden we op de plaats van het ouderlijk huis een nieuwe woning. We wonen hier sinds 2017. Al snel merkten we op dat er ’s avonds een kerkuil rond de oude schuur vloog. Kerkuilen broeden en slapen vooral in oude gebouwen. Tijdens mijn zoektocht naar een uilenkast kwam ik bij het Regionaal Landschap Meetjesland & Leievallei terecht. Vervolgens plaatste Frank Van de Keere uit Maldegem, die in onze regio al tientallen jaren kerkuilennesten opvolgt, een kerkuilenbroedbak in onze schuur.”

Meteen prijs

“Na twee weken al merkten we beweging rond de kast. Het volgende voorjaar broedde een koppel kerkuilen in de kast, maar zonder succes. Pas het jaar daarop vlogen er voor het eerst jonge kerkuilen uit. Behalve een broedkast hangt er ook nog een soort rustkast. Die wordt vooral gebruikt door de oudervogels buiten het broedseizoen, of wanneer hun jongen beginnen te puberen en het kot al eens te klein wordt.”

Verborgen camera

“Aan de buitenkant van de schuur hing al jarenlang een nestkast voor torenvalken. Omdat ik daar minder zicht op had, plaatste ik een camera in de kast zodat ik de vogels vanop afstand kon volgen. Ik genoot er echt van om het nest van zo dichtbij te kunnen bekijken zonder het te verstoren. Dat bracht mij op het idee om ook een camera in en buiten de kerkuilennestkast te plaatsen. Dat moest ik heel doordacht doen en op een moment buiten het broedseizoen, want kerkuilen zijn zeer gevoelig voor nestverstoring. Uilen horen zeer goed dus ging ik op zoek naar geruisloze camera’s. Aangezien het donker is in de kasten en uilen vooral ’s nachts actief zijn, moesten het bovendien infraroodcamera’s zijn die geen zichtbaar licht afgeven. Ik kan de beelden van mijn camera’s dag en nacht volgen via een scherm in huis. Tijdens het broedseizoen vermijden we de omgeving van de kerkuilenkast om verstoring te vermijden. Dan kom ik ook niet tussen voor technische storingen of vervuiling op de lenzen.”

Johan vertelt dat hij dankzij de beelden heel veel bijleerde over het gedrag van kerkuilen. En van het één kwam het ander: “Ik wilde ook weten wat de uilen aten en begon hun braakballen uit te pluizen. Daarin zitten vooral botten en schedels van muizen. Zo kwam ik in de wereld van de muizen terecht en leerde ik stap voor stap het verschil kennen tussen woelmuizen, ware muizen en spitsmuizen.”

Uilenhulp

Johan kijkt ook verder dan zijn eigen tuin. “Ik wilde graag meer doen voor de natuur en begon steenuilennestkasten te bouwen. De steenuil is het kleinste uiltje van ons land en houdt zich vooral schuil in boomholtes in landelijk gebied. Ik baseerde mij voor de uitvoering van de kast op een bouwplan van STONE (Steenuilenoverleg in Nederland) en maakte daar een eigen versie van. Zo voorzie ik een metalen dak dat niet rechtstreeks op de houten planken eronder geschroefd is, maar met een verluchtingsspleet ertussen. Het is namelijk belangrijk dat de kast goed kan ademen en uitdrogen. Zo voorkom je dat de steenuilenjongen in een te natte kast moeten opgroeien en last krijgen van ammoniakdampen die de ogen kunnen aantasten. In de kast zit ook een sluis tegen marters en kauwen.

Intussen heb ik op heel wat plaatsen, vooral in Sint-Laureins, Kaprijke en Assenede een kast geplaatst bij particulieren. Eerst kijk ik waar er steenuilen aanwezig zijn en of er voldoende natuurlijke nestplaatsen aanwezig zijn, zoals oude knotwilgen of hoogstamfruitbomen. Is dat niet het geval, dan zoek ik naar een geschikte locatie voor de kast door aan bewoners te vragen of we die op hun domein mogen plaatsen. De kast mag niet in volle zon hangen en is liefst zuidoost gericht. Steenuilen hebben graag overzicht op de omgeving, dus de kast mag ook niet teveel ingesloten in een boom hangen.

Ik krijg vooral enthousiaste reacties als ik vraag om een kast te mogen hangen. Iedereen wil graag uilen in de tuin. Ik ben al deze mensen zeer dankbaar voor hun hulp. Intussen kon ik een veertigtal kasten plaatsen. Samen helpen we op die manier de steenuil vooruit.”

Op de weeg

Intussen wist ik dat Johan graag telkens een stapje verder gaat bij de initiatieven die hij neemt. En daar had je het al: “Het stopt natuurlijk niet bij het ophangen van zo’n kast. Twee keer per jaar controleer ik de kasten. Tijdens het broedseizoen ga ik met een ringer op pad om te kijken of de kasten bezet zijn en worden de jongen geringd en gewogen. We meten ook de vleugellengte om te zien hoe oud ze ongeveer zijn en of ze binnen de gemiddelden van de groeicurves vallen.” Een beetje zoals we met onze kinderen ‘op de weeg gaan’ dus. Zo kan men jaar na jaar de gezondheid van een steenuilenpopulatie nagaan en verbanden leggen met het weer en het klimaat, prooiaanbod en bepalende veranderingen in het landschap.

“Buiten het broedseizoen ga ik nog eens langs om het nestmateriaal uit de kasten te vervangen. Zo vermijden we dat er teveel parasieten blijven rondhangen die een volgend broedsel kunnen dwarsbomen. Houtsnippers of bijvoorbeeld dennennaalden zijn ideaal als bodemlaag voor de nestkast. Vorig jaar onderzocht ik uit nieuwsgierigheid het oude nestmateriaal en daar bleken heel veel beentjes van spitsmuizen in te zitten. Steenuilen eten ook zeer veel regenwormen en andere ongewervelden zoals nachtvlinders, maar daar vinden we natuurlijk weinig van terug in het nest. Dat wekte wel mijn interesse voor de planten die deze ongewervelden nodig hebben. En zo kom je tot het besef dat alles in de natuur samenhangt en betekenis heeft.”

Gegevens bijhouden

Om te weten of hij goed bezig is, houdt Johan zijn data punctueel bij. “Een tweetal jaar geleden is de Steenuilenwerkgroep Meetjesland opgericht. Samen met Frank Van de Keere, Gert-Jan De Nood en Walter Hamelinck volg ik momenteel 62 broedlocaties op. Alle gegevens worden bijgehouden in een online databank.”

Bij deze passie komt ook veel lectuur kijken. Johan verwijst verschillende keren naar onderzoeken over het gedrag en het voorkomen van uilen en volgt studiedagen om bij te leren. “Steenuilen jagen vooral binnen een straal van pakweg 250 meter rond hun nest. Ze hebben zowel kort gras nodig om regenwormen en diverse andere kleine prooien te vangen, als hogere vegetatie waarin muizen zich schuilhouden. Kerkuilen hebben een veel groter gebied nodig, die jagen vooral op gehoor en bijna uitsluitend op muizen of al eens op een jonge rat. Dat deed mij beseffen dat wij deze prachtige vogels kunnen helpen door onze tuin natuurlijker in te richten en pesticidenvrij te houden. Want een nestkast plaatsen is zinloos als er geen voedsel in de buurt is.”

Het uitzicht op de tuin, die stilaan de herfst ingaat, levert inderdaad heel wat variatie op. Korte stroken gras worden afgewisseld met lange, kruidige partijen en zijn omzoomd met bomen en struiken. Schapen grazen de weide naast de schuur kort en de uilen storen zich niet aan de kunstwerken van echtgenote Sofie, want die gaan bijna ongemerkt op in de omgeving.

Gaea Rysselaere, oktober 2025

Wat kan je zelf doen voor uilen in het Meetjesland?

Ga eens kijken op www.rlml.be/projecten.

Heb je vragen over het verhaal van Johan?

info@npmeetjesland.be