<< Vergeleken met vogels zijn wij maar sukkelaars >>
Pieter Dhaluin
Vogeltrekteller
Op één van de heetste augustusdagen kom ik meer te weten over de ongewone hobby van Pieter. Hij duwt mij meteen het boekje ‘Tien miljoen vogels in tienduizend uren, voorjaarstrek bij Breskens 1981-2013’ in handen. “Hier, een cadeautje. Het geeft een beeld van hoe onze trektelpost werkt. De grafieken tonen per soort in welke periode van het jaar hun trek piekt.” En hij is vertrokken met zijn verhaal. Ik merk het al: veel vragen ga ik niet moeten stellen.
Hoe startte jouw avontuur als trekteller?
“Het begon allemaal toen ik eind vorige eeuw naar de Straat van Gibraltar trok om er de indrukwekkende najaarstrek van roofvogels te bewonderen. Daar vertelde een Nederlander over de gestuwde voorjaarstrek langs de kust van Zeeland. Het jaar daarop bezocht ik de trektelpost bij Breskens en ik was onmiddellijk verkocht. Tellers uit heel Nederland en ook heel wat Vlamingen zakken af naar deze trektelpost. Op piekdagen staan daar soms 150 mensen, maar onze vaste tellersgroep bestaat uit een tiental personen. Sommigen zag ik daar al staan toen ze nog tiener waren, en ze komen nog altijd tellen. Ook ik sta in het voorjaar nog steeds op de dijk in Breskens.
Toch begon mijn Meetjeslands trektelverhaal eigenlijk heel ergens anders: tijdens de verbouwingen aan het huis van mijn broer in Kaprijke. Terwijl we daar aan het werk waren, zag ik op een dag een dertigtal buizerds overtrekken. Dat bracht me op het idee om ook in onze regio een najaarstelpost op te zetten. Na wat prospectie kwam ik uit bij de Oesterputbrug in Assenede. Samen met andere tellers, onder wie Walter Hamelinck en Luc Bekaert, trok ik er regelmatig op uit om er de najaarstrek in kaart te brengen.”
Hoe gaat zo’n trektelling in zijn werk?
“Veel hangt af van de wind, dus vaste teldagen hebben we niet. In Breskens zien we de grootste aantallen bij zuidoostenwind, met windkracht drie tot vijf Beaufort. Door die wind worden de vogels boven België richting de kust gedreven. Dat is die zogenaamde ‘gestuwde trek’ waarover ik eerder sprak. Eenmaal daar worden ze afgeschrikt door de grote watermassa en blijven ze de kustlijn volgen. Ter hoogte van de trektelpost bij Breskens moeten ze kiezen: steken ze de Westerschelde over, of volgen ze de dijk verder in noordoostelijke richting. Die gestuwde trek levert soms indrukwekkende aantallen op.” Pieter opent de website trektellen.nl. “Kijk, de laatste topdag was op 1 mei. Toen werden 27.000 overvliegende individuen van 136 vogelsoorten geteld. Dat is fenomenaal!”
Hoe pak je dat aan, zo veel vogels op korte tijd tellen?
“We hebben klikkers in de hand waarmee je snel vogels kan tellen. Op voorhand spreken we af wie welke langsvliegende vogels telt. Iedereen speurt continu het luchtruim af met verrekijkers en telescopen. Er is één notulist die de waarnemingen invoert op de trektelapp.”
Is het dan gemakkelijk om een soort te herkennen?
“Dat vraagt heel wat oefening. Vooral de contactroepjes die vogels tijdens de vlucht maken, zijn belangrijk om de soorten te herkennen. Sommige soorten trekken bovendien samen op. De Duitse professor Wulf Gatter schreef in een artikel dat de vliegsnelheid van vogels verband houdt met hun handvleugelindex* [een biologische maatstaf die de vorm en spitsheid van een vogel uitdrukt – nvdr]. Een keep heeft bijvoorbeeld een grotere handvleugelindex dan een vink en vliegt daardoor sneller. Een keep kan dus probleemloos met een groep vinken meetrekken, terwijl een vink niet kan meevliegen met een groep kepen omdat die sneller vliegen. Dat soort dingen is interessant om te weten als je trektellingen doet.
Tijdens onze tellingen maken we trouwens voortdurend audio-opnames. Heel wat vogels kan je niet gewoon op het zicht herkennen.
Bij die soorten zijn de contactroepjes vaak de belangrijkste aanwijzing. Neem nu de verschillende piepers, waarvan de contactroepen sterk op elkaar kunnen lijken. Bij zeldzame soorten, zoals de roodkeelpieper of Siberische pieper, kunnen we de opname achteraf analyseren met een sonogram. Zo kunnen we met zekerheid bepalen om welke soort het gaat.
Hoe meer je weet over het gedrag van vogels, hoe beter je hun trekgedrag leert kennen. Zo trekken veel vogels ’s nachts, zoals de zwartkop, purperreiger en wielewaal. Dan weet je ook dat je ze alleen ’s morgens vroeg, bij het eerste daglicht, kan zien. En eigenlijk stopt het niet bij vogels. We tellen ook insecten.” Hij opent opnieuw zijn app. “Kijk, hier: op 28 augustus telden we 23.000 heidelibellen, op 7 september 31.000 atalanta’s. Wist je trouwens dat koolwitjes de Westerschelde overvliegen?”
Hoeveel trektelposten zijn actief in de regio?
“De laatste jaren zien we bij de telpost Oesterputbrug minder en minder trekbewegingen. Mijn hypothese is dat de vogels door de klimaatverandering en de daardoor verschuivende windrichting andere routes nemen, vooral langs de kust en door de Ardennen. Vogels hebben zich al miljoenen jaren lang aangepast aan het leven op Aarde. Ze stammen af van dino’s, in vergelijking zijn wij maar sukkelaars hoor. Maar goed, dit ter zijde.
Mijn focus ligt nu op de trektelpost in Breskens. In het zuiden van het Meetjesland is er aan Bellembrug (Aalter) nog een actieve trektelpost en in Malsem (grens Sint-Joris en Knesselare) is men sinds twee jaar ook begonnen met tellen. Verder zijn er zo’n honderdtal trektelposten actief in België.”
Zie je over al die jaren bepaalde trends?
“We zien steeds meer zuidelijke soorten. Op dit moment zitten er bijvoorbeeld zeven zwarte ibissen in De Blikken en ook de koereiger is niet meer weg te denken uit België. In Tarifa, waar ik regelmatig ga trektellen, zien we in juli en augustus een piek in de ooievaarstrek. Die valt intussen trouwens al zo’n twee weken vroeger dan dertig jaar geleden. We merken ook dat steeds meer trekvogels bij ons of in Zuid-Europa overwinteren in plaats van door te trekken tot Afrika. Vogels laten ons zien hoe snel het klimaat verandert.
Dankzij de app waarin we onze waarnemingen invoeren, kunnen we ook analyses maken, bijvoorbeeld van bepaalde doortrekpatronen. Zo krijgen we steeds meer inzicht in het trekgedrag van vogels. Veel lezen helpt daar ook bij. Wist je bijvoorbeeld dat de tjiftjaf op vijf kilometer hoogte naar Afrika trekt? En in Senegal botste ooit een Rüppells gier op een vliegtuig, op een hoogte van elf kilometer. Kan je je dat voorstellen? Daar is het min 50 graden! Die vogels hebben een soort antivriesmiddel in hun bloed. Bovendien laten ze zich meevoeren door de straalstroom, waardoor ze een grondsnelheid tot wel 300 kilometer per uur kunnen bereiken. Zo hoeven ze zelf veel minder inspanning te leveren om te vliegen.
Toen hier jaren geleden in Ursel een groep vale gieren neerstreek, legde ik meteen de link met de straalstroom. Die liep toen van Noord-Spanje richting België en kwam in Noord-Frankrijk tot stilstand. De gieren verloren hoogte en kwamen uiteindelijk hier terecht.”
Wat was als trekteller je grootste kippenvelmoment?
“Soms zit je letterlijk midden in de trekbeweging van een soort. Ik herinner me een avond waarop ik gierzwaluwen stond te tellen. Plots voelde ik een veer langs mijn wang strijken en dook er een zwaluw tussen mijn benen door. In korte tijd vlogen er zo’n 30.000 langs me heen. Dat vergeet je niet snel. Soms besef je pas achteraf, wanneer je de tellingen nakijkt, hoeveel vogels je eigenlijk hebt gezien.
Op een ander moment stond ik bij de telpost in Batumi in Georgië, een indrukwekkende plek voor het spotten van roofvogels. Plotseling kwam er een oudere man naar me toe. Hij vroeg of hij naast me mocht zitten, omdat het hem opviel dat ik de zeldzamere roofvogels snel opmerkte. We raakten aan de praat en het bleek niemand minder dan Wulf Gatter te zijn—je weet wel, de man die het bekende artikel schreef over de handvleugelindex*.
Maar mijn absolute kippenvelmoment kwam toen Luc Bekaert tijdens het trektellen bij de Oesterputbrug plots “Grote valk!” riep. Even later konden we de giervalk aan onze telpostlijst van de Oesterputbrug toevoegen. De vorige waarneming van een giervalk in België dateerde van 1900. Dat maakte onze waarneming helemaal uitzonderlijk.**”
Wie eens mee wil komen tellen is zeker welkom op de vogeltelpost van Breskens. Volg op www.trektellen.org wanneer de tellers actief zijn. Voor de trektelpost in Bellem kan je Jan Versigghel contacteren (versigghelj@gmail.com). Een overzicht van alle trektelposten vind je op www.trektellen.org.
* Wil je meer lezen over dit onderzoek? www.michelklemann.nl/migrant/pdf/gatter.pdf
** Het relaas over de waarneming van de giervalk vind je op www.natuurpunt.be/publicaties/natuuroriolus-2012-1-waarneming-van-een-giervalk-in-noord-oost-vlaanderen
Gaea Rysselaere
augustus 2026




