Tamme kastanjes [Castanea sativa]

– Sint-Annadreef in Vinderhoute –   

Niet ver van de Sint-Annakapel  in Vinderhoute is een monumentale kastanjedreef te bewonderen die zijn gelijke niet kent in België. Langs één van de private toegangswegen van het domein staan een behoorlijk aantal knoestige, stokoude tamme kastanjes. Hun leeftijd wordt geschat om en bij de 200 jaar.

Het oorspronkelijke kasteel op deze site werd omstreeks 1544 gesloopt en vervangen door het huidige kasteel. Rond 1840 werd het opnieuw gedeeltelijk verbouwd na het overlijden van graaf Carnia de Staden, de laatste telg van de Vinderhoutse heren. Het park is via een complex grachtensysteem verbonden met de Oude en Nieuwe Kale.

Vrij recent werd het park onder leiding van tuinarchitect J. Wirtz heraangelegd. Het kasteeldomein van Vinderhoute is beschermd als monument.

Typisch voor de tamme Kastanje is de getorste stam en het langwerpig blad met veervormige nervatuur.

Schietwilg [Salix alba]

– Meirlare in Zomergem –

In Lievegem vonden we nog een prachtige knotwilg. Eenzaam en alleen in het weidse landschap van Meirlare staat hij te blaken van gezondheid en dat ondanks zijn respectabele leeftijd en omvang. De stamomtrek van deze kanjer bedraagt maar liefst 7,40 meter gemeten op 1,50 meter hoogte.

Gelukkig zijn er nog mensen bekommerd om deze monumentale boom. In het najaar van 2013 kreeg hij een deskundige knotbeurt door Stefaan Vandaele.

Eeuwenlang bepaalden knotwilgen, in onze regio ook wel tronken genoemd, het Meetjeslandse landschap. Vandaag zijn ze jammer genoeg grotendeels uit ons landschap verdwenen. De belangrijkste oorzaak is de schaalvergroting in de landbouw. Knotbomen, in het bijzonder wilgen, vervullen nog steeds een belangrijke landschappelijke en ecologische functie.

Zomereik [Quercus robur]

– Maldegem –

Pal in het centrum van Maldegem ligt het prachtig Sint-Annapark dat werd aangelegd in 1888. Hier staat de dikste zomereik van Oost Vlaanderen (stamomtrek 5,88 meter gemeten op 1,50 meter hoogte). Rekening houdend met zijn omtrek kan deze eik aangeplant zijn omstreeks 1670, de periode dat de toenmalige ambachtsgriffier Pieter Goeman op deze site een huis liet bouwen. De eik zou dus ongeveer 350 jaar oud kunnen zijn. Hij verkeert nog in een uitstekende gezondheid en kent nog een jaarlijkse omtrek-aanwas van 2 centimeter.

De zomereik is een langlevende boomsoort. Het is dus niet geheel verwonderlijk dat de allerdikste boom van België tot deze soort behoort. Deze kampioen staat in het Naamse dorpje Liernu en heeft aan de grond gemeten een stamomtrek van ruim 14 meter. Op borsthoogte meet hij nog 10,80 meter. De exacte leeftijd van deze boom is niet meer te achterhalen omdat de kern van de boom hol is. De leeftijdsschattingen gaan van 750 tot 1000 jaar.

Gewone plataan [Platanus × hispanica]

– vijver 11 in het provinciaal domein Het Leen –

Op een totaal onverwachte plaats, midden in Het Leen, staat een joekeltje in wording. Hij heeft een stamomtrek van 6,5 meter (gemeten op een hoogte van 20 centimeter). Vermoedelijk werd hij ooit meegemaaid met de vegetatie. Slapende knoppen vormden dan na verloop van tijd een nieuwe (meerstammige) boom.

Een anonieme planter heeft hem ooit neergepoot aan vijver 11 – wanneer en waarom precies op die locatie is niet bekend. Platanen verwacht je vooral in parken en op pleinen van steden. De standplaats van deze ‘bosplataan’ is dus op zijn minst merkwaardig.

Zijn leeftijd wordt op basis van de gemiddelde jaarlijkse aanwas (ongeveer 3 centimeter per jaar) geschat op 220 jaar. Daarmee is deze joekel niet alleen de meest corpulente boom van het domein, maar mogelijk ook de oudste.

Kenmerkend is het handvormig, vaak diep gelobd blad dat enigszins aan esdoorn doet denken.

Treurbeuk [Fagus sylvatica ‘Pendula’]

– Psychiatrisch Centrum Sint-Jan Baptist, Oostveldstraat in Eeklo –

Deze treurvorm is één van de meest toegepaste bij beuken cultivars. Aangeplant rond vijvers doet hij op enige afstand verkeerdelijk denken aan een treurwilg. Het lijkt alsof zijn neerhangende takken de zorgen uitdrukken van de bewoners die in dit centrum vertoeven.

De eerste vermelding van activiteit op deze site dateert van 1901. De Congregatie van de Zwarte Zusters verkreeg in 1911 een erkenning om psychiatrische patiënten op te vangen. Voordien was er kortstondig een heelkundige kliniek.

De solitaire treurbeuk staat vlakbij de schitterende gebouwen in neogotische stijl. Niet zozeer de stamomtrek, maar wel de omvang van de spectaculaire kruin maakt hem merkwaardig. De stam is niet zichtbaar tijdens de vegetatieperiode. Het volledige silhouet van de boom komt pas in het winterhalfjaar volledig tot zijn recht.

Beuk [Fagus sylvatica]

– site Beukenhof in Eeklo –

Verwonderlijk genoeg zijn bomen in België met een stamomtrek van meer dan 6 meter vooral te vinden bij de beuken – en niet bij de eiken, die veel ouder kunnen worden. Beuken van meer dan 200 jaar oud zijn uitzonderlijk. Nooit wordt de beuk een oude reus zoals de eik.

In het Beukenhof heeft de dikste beuk een stamomtrek van 5,68 meter. Hij is op ruime afstand omheind met een kastanje-afsluiting om bodemverdichting door betreding te voorkomen.

Er bestaan heel wat cultuurvariëteiten die vermeerderd worden door enten. Het betreft dan selecties op basis van afwijkende kleur, blad- en groeivormen. In het arboretum van Het Leen kan je meerdere cultivars zien, onder andere  ‘Dawyck Purple’, ‘Laciniata’ en ‘Purpurea Tricolor’.

Zuiderse trompetboom [Catalpa bignonioides]

 – scholencampus Ten Doorn in Eeklo –

Deze boom lijkt wel een vadsige koning. Hij staat – of beter gezegd ligt – op de scholencampus ‘Ten Doorn’ en is de tweede dikste catalpa van de Benelux. Aan de basis gemeten heeft hij een respectabele stamomtrek van 4,16 meter.

Hij is overbekend bij  vele oud-leerlingen van deze scholencampus wiens klasfoto werd genomen op of rond deze kolos.

Er bestaan meerdere soorten trompetbomen maar de mooiste in het Meetjesland behoren tot deze soort.

Typisch is de snelle jeugdgroei waardoor vooral de kroon veel te zwaar wordt en de boom vaak scheef zakt en contact krijgt met de grond. Dat is meestal het geval op natte gronden zoals in de Zuidmoerstraat, waar de campus gevestigd is. Het grote, brede, eironde blad geeft bij samendrukking een muffe geur af.

Mammoetboom [Sequoiadendron giganteum]

 – Weststraat in Waarschoot –

Mammoetbomen behoren tot de grootste bomen ter wereld. De wetenschappelijke benaming ‘Sequoiadendron giganteum’ wijst in die richting. In vergelijking met hun Californische soortgenoten, zijn de in het Meetjesland aangeplante exemplaren nog jong en klein.

De telg in de voortuin van de oude brouwerijwoning in de Weststraat heeft een stamomtrek van 4,74 meter. In de toekomst kan deze boom behoren tot de dikste en hoogste bomen in ons land. De op één na dikste boom van België is ook een mammoetboom en had in 2011 een stamomtrek van 9,15 meter. Hij groeit op een bebost plateau in het Luikse Esneux, dicht bij de Ourthe.

Typisch voor de soort is de anijsachtige harsgeur van het lichtjes gewreven schubvormig gebladerte, en de tot 50 centimeter dikke maar zachte schors die weerstand biedt bij bosbrand.

Japanse notenboom [Ginkgo biloba]

– Noordstraat in Maldegem –

In de voortuin van het landhuis ‘t Kasteeltje in de Noordstraat 15 staat  een eeuwenoude Japanse notenboom. Vooral in de herfst is deze soort, misschien beter bekend onder de wetenschappelijke naam ‘Ginkgo biloba’, een opvallende verschijning door zijn prachtige herfstverkleuring.

De bebouwing op deze laatmiddeleeuwse site gaat terug tot 1465. De hofstede die er toen stond is door de eeuwen heen meerdere malen verbouwd. Op een oude foto van de voorgevel uit 1920 staat al duidelijk een flinke ginkgo te pronken. In 2018 had dit levend fossiel een stamomtrek van 4,35 meter. Ginkgo’s  kunnen minstens duizend jaar oud worden.

Typisch voor de soort is het waaiervormig blad dat geel verkleurt en afvalt in de herfst.

Gewone plataan [Platanus × hispanica]

 – Wippelgem bij Evergem –

De mooiste boom van Oost-Vlaanderen zou in Wippelgem staan. In 2018 werden 74 bomen in Vlaanderen genomineerd voor de wedstrijd ’Boom van het jaar’ van het Fonds Baillet  Latour.  Per provincie werd één opmerkelijke boom geselecteerd en dat was voor Oost-Vlaanderen in 2018 de plataan van Wippelgem. De boom is 177 jaar oud. Deze monumentale boom staat net achter het kasteel. Het is een prachtige boom die de brand van 1892 heeft overleefd. Het kasteel zelf ging volledig in de vlammen op en moest worden heropgebouwd.

Bijna alle platanen in onze contreien zijn het resultaat van een vermoedelijk toevallig ontstane kruising tussen de Westerse plataan (Platanus occidentalis) en de Oosterse plataan (Platanus orientalis). In tegenstelling tot beide ouders, die hier veel minder goed gedijen, is deze hybride volledig winterhard.

Zwarte den [Pinus nigra]

– speelbos van het provinciaal domein Het Leen –

In het speelbos van Het Leen, dichtbij de bunker, staat een monumentale den waarvan de stam zich op een tiental meter hoogte in twee opsplitst. Hij heeft een dikke, ruwe schors en een rijzige gestalte. Zijn kruin steekt meerdere meters uit boven de loofbomen die hem omringen.

Deze boomsoort is in heel Vlaanderen op zeer grote schaal aangeplant na de Tweede Wereldoorlog. Hij groeit rechter en sneller dan de nauw verwante grove den.

Typisch zijn de lange, donkergroene naalden in bundeltjes van twee en de houtige kegels.

Haagbeuk [Carpinus betulus]

– domein Menas in Sint-Maria-Aalter –

Aan de rand van een groot grasveld staat een meerstammige boom die opvalt door de omvang van de kruin, de grillige vorm en de gespierde stammen. De haagbeuk is een veeleisende boomsoort die het op weinig plaatsen naar zijn zin heeft. De grond mag niet te nat of te droog zijn en is bij voorkeur voldoende voedselrijk. Zware leem- en kleigronden genieten de voorkeur.

Op de grens van Oost- en West-Vlaanderen ligt het 15 hectare grote domein Menas. Het werd destijds door de Broeders Van Liefde opgericht als opleidingscentrum voor novicen (kandidaat-broeders). Omgeven door bossen sluit het aan bij het landschapspark Bulskampveld in de Provincie West-Vlaanderen. In 2014 kreeg deze site een herbestemming als gastenverblijf. Vandaag is het vrij toegankelijk voor het publiek, een aanrader!

Haagbeuken en beukenhagen worden veel toegepast in tuinen, ze laten zich gemakkelijk scheren. In tegenstelling tot de beuk laat de haagbeuk zich ook gemakkelijk knotten, ongeacht de hoogte waarop dit gebeurt. Dit verklaart waarom deze haagbeuk meerstammig is. Hij werd ooit als boom éénmalig enkele decimeters boven de grond afgezaagd en is hersteld uit de aanwezige slapende knoppen.

Zomerlinde [Tilia platyphyllos]

– domein Mariahove in Bellem (Aalter) –

Net als eiken en kastanjes kunnen lindebomen oud en omvangrijk worden. Het dikste exemplaar in het Meetjesland hebben we aangetroffen in het Domein van het kasteel Mariahove in Bellem (Aalter).  Deze boom is, met zijn 6,59 meter stamomtrek, goed op weg om in het spoor te treden van de dikste linde van België. Deze laatste, ‘Tilleul de Conjoux’ genaamd, kan je bewonderen in Ciney in de provincie Namen. Dit prachtexemplaar heeft een stamomtrek van maar liefst 9,96 meter, een joekel!

De grootbladige linde of zomerlinde is nagenoeg volledig verdwenen uit onze bossen. Gelukkig is deze soort nog talrijk aanwezig zowel in particuliere als in openbare parken. Deze boomsoort is bovendien ook zeer geliefd bij de imkers, hun bijen halen er de nectar voor de gegeerde lindehoning.

Typisch is het ronde tot hartvormige blad, met op de onderkant afstaande beharing op de nervatuur.

Tamme kastanje [Castanea sativa]

– ingang Schouwbroekkasteel in Vinderhoute –

Niet toevallig staan er op het grondgebied van Vinderhoute meerdere monumentale bomen. Deze gemeente behoorde ten tijde van het graafschap Vlaanderen tot één van de oudste en meest aanzienlijke lenen. Een leen was doorgaans een stuk land dat door een leenheer werd geschonken aan een leenman. De heerlijkheid Vindreholt (holt betekent bos) staat ook vermeld op de kaart van Sanderus (1586-1664).

De drie tamme kastanjes aan de ingang van dit domein behoren tot de dikste van België. Eén ervan is de dikste kastanje van het land en heeft een stamomtrek van  9,33 meter gemeten op 1,50 meter hoogte. Hun leeftijd wordt geschat op ongeveer 450 tot 500 jaar.

Het domein van het Schouwbroekkasteel is niet toegankelijk voor het publiek. Je kan echter aan de toegangspoort drie majestueuze tamme kastanjes bewonderen. Vanaf daar heb je trouwens ook een mooi zicht op het kasteel dat in 1893 werd heropgebouwd in neogotische stijl.

Typisch voor oude kastanjebomen is de gedraaide (getorste) stam.

Valse acacia [Robinia pseudoacacia]

– Sint-Laureins –

Deze decoratieve boomsoort uit Noord-Amerika verwachtten we niet onmiddellijk in Sint-Laureins, een poldergemeente getypeerd door weidse vergezichten. En toch, we vonden er één van de dikste exemplaren in het Meetjesland. Deze boom op leeftijd vertakt op enkele decimeters boven de grond. Zijn meerstammige open kroon is bijzonder schilderachtig. De robinia, of ‘valse acacia’ zoals hij in de volksmond genoemd wordt, heeft alles in zich om gekoesterd te worden, op zijn scherpe, stipulaire doorns na. De ruwe, opvallend diep gegroefde schors en het veervormig samengesteld blad zijn een streling voor het oog. Ook de zoetgeurende, witte bloemtrossen zijn zeer genietbaar.

Het hout van de robinia is bijzonder hard, zwaar en duurzaam, de kwaliteit is vergelijkbaar met sommige soorten tropisch hardhout. Het splijt echter gemakkelijk en dode takken kunnen plots breken als glas. Overvloedige wortelscheuten, vooral gevormd na snoei, kunnen wel eens voor problemen zorgen.

Monumentale beuk (Fagus sylvatica)

– ingang Beukenhof in Eeklo –

Aan de ingang van het parochiaal centrum Het Beukenhof, gelegen in de Zuidmoerstraat in Eeklo, staat een monumentale beuk met baobab-allures. De sneeuw op zijn kruin deert hem niet. De zon op zijn stam daarentegen schuwt hij als de pest.

Met zijn stamomtrek van 4,65 meter is hij niet de dikste beuk op deze site. Toch is hij een opvallende verschijning vlak naast het geklasseerde smeedijzeren hek, dat dateert uit de periode van de voormalige eigenaar notaris Bovyn. In 1939 schonk de familie Bovyn hun eigendom aan de parochiale kringwerking. Het huis werd gesloopt, maar enkele merkwaardige bomen van vóór deze periode, waaronder deze beuk, bleven gespaard. In 2008 werd het OCMW de nieuwe eigenaar.

Beuken hebben, in tegenstelling tot de andere leden van de familie van de napjesdragers, een zeer dunne schors. Dit maakt de beuken extra kwetsbaar voor beschadiging aan de stam. Sneller dan bij eiken kunnen schimmels via deze weg binnendringen en de boom te gronde richten. Vooral de tonder- en reuzenzwam zijn gevreesde parasieten.

Ceder [Cedrus atlantica]

– Koning Leopoldstraat in Lovendegem –

Monumentale ceders zijn schaars in het Meetjesland. We hebben slechts één exemplaar gevonden die naam waardig. Met zijn 5,43 meter stamomtrek is het een imposante verschijning. Wanneer ceders de ruimte krijgen die ze verdienen, worden het kolossale bomen die niet thuis horen in een voortuintje. Vooral de Atlasceder wordt aangeplant in tuinen. Na pakweg dertig jaar moet de boom dan geveld worden omdat zijn ruimtebeslag groter is dan de planter had verwacht. Zelfs de treurvorm ‘Glauca pendula’ en de zuilvormige ‘Glauca fastigiata’ worden bomen die grote afmetingen aannemen. Enkel in grote stadsparken komen ze volledig tot hun recht.

De Atlasceder is niet altijd zo gemakkelijk van de Libanonceder te onderscheiden. Het meest betrouwbare kenmerk is de lengte van de kegels, die respectievelijk 5 tot 8 centimeter en 7 tot 12 centimeter lang worden.

Cederhout is beresterk, krimpt en zwelt nauwelijks en heeft weinig last van houtrot. Deze eigenschap heeft ertoe geleid dat deze cedersoorten in hun natuurlijke habitat bijna zo goed als volledig zijn verdwenen door roofbouw en overexploitatie ten gunste van de houtindustrie.

Gewone plataan [Platanus × hispanica]

 – Beukenpark in Zomergem –

Deze reusachtige plataan, met een stamomtrek van 5,3 meter op 1,20 meter hoogte, staat in het Beukenpark in Zomergem, langs het Schipdonkkanaal. In de zomer kan deze indrukwekkende boom met zijn enorme kruin schaduw bieden aan tientallen wandelaars en fietsers tegelijk.

Hoe oud de plataan is kan niet worden achterhaald, maar hij werd in ieder geval aangeplant vóór de Eerste Wereldoorlog. Het -actuele- Beukenpark maakte toen deel uit van het domein van het Kasteel van Meirlare, in 1838 gebouwd door Jan-Baptist De Bare. Het kasteel werd in 1914 als uitkijkpost bezet door de Duitsers, en bij de bombardementen van 1918 volledig verwoest.

Het kasteel en de tuin raakten in de oorlog bekend als een notoire ontmoetingsplaats tussen plaatselijke dames van lichte zeden en Duitse bezetters. De overlevering wil dat zwempartijen in het Schipdonkkanaal (gegraven tussen 1846 en 1860) steevast eindigden met bandeloos gestoei in de tuin van het kasteel. Als deze plataan kon spreken zouden we ongetwijfeld met rode oren achterblijven…

Gewone plataan (Platanus x hispanica)

– Heldenpark in Eeklo –

Eén van de helden in het Heldenpark is deze gewone plataan met een stamomtrek van … De kruin van deze hybrideplataan kan uitgroeien tot een hoogte van 40 meter en ook in de breedte kan hij flink wat ruimte in beslag nemen. Daarom worden platanen langs wegen soms  gekandelaard. Deze snoeitechniek levert regelmatig bizarre vormen op die niet altijd even mooi ogen.

De plataan is een zeer droogtebestendige boomsoort die ook bestand is tegen extreme weersomstandigheden en zware luchtverontreiniging.

Het lijkt wel de geknipte soort om het hoofd te bieden aan de problemen die de opwarming van onze planeet met zich meebrengt.

Tamme kastanje (Castanea sativa)

– Sint-Annadreef in Vinderhoute –

Dankzij de Romeinen kunnen we ook bij ons genieten van deze prachtige boom en zijn smakelijke vruchten. Zij introduceerden deze boomsoort vanuit het Middellandse Zeegebied waar hij inheems is. De tamme kastanje is al geruime tijd in onze contreien ingeburgerd en wordt niet meer beschouwd als een exoot maar als een genaturaliseerde boomsoort. Eens aangeplant in onze bossen verjongt deze soort zich gemakkelijk door de overvloedige productie van vruchten die gemakkelijk kiemen en uitgroeien tot nieuwe bomen.

De herfstverkleuring is een streling voor het oog en hoeft niet onder te doen voor die van esdoorns of Amerikaanse eiken. De uitbundige bloei in het begin van de zomer is zeer belangrijk voor de bijen:  stuifmeel en nectar in overvloed!

Door de herkomst van de tamme kastanje is deze nogal gevoelig voor late lentevorst (de zogenaamde ijsheiligen). De jonge ontluikende knoppen bevriezen dan en sterven af. Dit gegeven verklaart waarom nogal wat oude kastanjebomen een vrij korte stam hebben en een zeer brede kruin ontwikkelen. In de stam ontstaan soms vorstscheuren die aanleiding kunnen geven tot het binnendringen van schimmels die stamkanker kunnen veroorzaken. De stam zelf is op oudere leeftijd getorst en diep gegroefd wat hem een robuust uitzicht geeft. Dit is goed te zien bij de indrukwekkende bomen die deel uit maken van deze dreef.

Tamme kastanje (Castanea sativa)

– aan de ingang van het Schouwbroekkasteel in Vinderhoute –

De hier in beeld gebrachte tamme kastanje is één van de drie monumentale kastanjes aan de ingang van het Schouwbroekkasteel. Hij heeft een stamomtrek van 7,27 meter en is dus duidelijk minder omvangrijk dan zijn twee buren die respectievelijk een stamomtrek hebben van 9,32 meter en van 7,53 meter. Dit gegeven illustreert nogmaals hoe moeilijk het is de leeftijd van een boom exact te bepalen. De drie exemplaren werden zo goed als zeker in hetzelfde jaar geplant en toch is er een vrij aanzienlijk verschil in stamomtrek.

Het wortelgestel van de tamme kastanje gaat vrij diep. Wanneer er zich in de ondergrond ondoordringbare lagen bevinden (bijvoorbeeld een schurft- of ijzerlaag) kan die gevolgen hebben voor de groeisnelheid en de vitaliteit van de boom. Dit kan één van de verklaringen zijn waarom dit exemplaar minder corpulent is dan zijn buren.

Deze kastanje is duidelijk op zijn retour, maar ook bij bomen heeft vergrijzing zijn charmes.

Beuk (Fagus Sylvatica)

– scholencampus Ten Doorn in Eeklo –

Zowel de mooie, oude schooltuin van Ten Doorn als de stadskern van Eeklo bleven tijdens het eindoffensief van de Eerste Wereldoorlog gespaard van bombardementen. Dit hebben we te danken aan de beslissing van generaal Louis Ruquoy, wiens zus had gestudeerd aan de normaalschool van Ten Doorn. De generaal bracht haar daar geregeld een bezoek, en zowel hij als zijn zus koesterden mooie herinneringen aan de tuin van Ten Doorn, hetgeen aan de basis lag van de beslissing om Eeklo niet aan flarden te schieten. Een tuin die geluk brengt!

Ook vandaag staan er nog steeds heel wat schitterende bomen. Naast een zuiderse trompetboom die eveneens voor deze tentoonstelling geportretteerd werd, staan er nog andere boeiende, groene reuzen zoals een mammoetboom, een zwarte walnoot, platanen en meerdere mooie beuken. Verwonderlijk genoeg zijn in België bomen met een stamomtrek van meer dan 6 meter vooral beuken – geen eiken, die nochtans veel ouder kunnen worden. Beuken van meer dan 200 jaar oud zijn uitzonderlijk. Nooit wordt de beuk een oude reus zoals de eik. Er bestaan heel wat cultuurvariëteiten die vermeerderd worden door enten. Het betreft dan selecties op basis van afwijkende kleur, blad- en groeivormen. In het arboretum van Het Leen kan je meerdere cultivars spotten, onder andere ‘Dawyck Purple’,  ‘Laciniata’ en ‘Purpurea Tricolor’.